De eerste van de vier onmetelijkheden

De vier onmetelijkheden

Veel mensen zijn geïnteresseerd in de boeddhistische leringen, ook wel dharma of boeddhadharma genoemd. Daarbij zijn er vier boeddhistische leringen die door veel boeddhistische leraren belangrijk zijn gevonden. Die vier leringen zijn de vier onmetelijkheden. Die gaan over onze ontwikkeling van mededogen. Het gaat om de volgende vier:

  1.  Moge alle voelende wezens geluk en de oorsprong van geluk genieten;
  2. Moge alle voelende wezens vrij zijn van lijden en de oorsprong van lijden;
  3. Moge alle voelende wezens niet gescheiden va het grote geluk dat vrij is van lijden;
  4. Mogelijke alle voelende wezens verkeren in de grote gelijkmoedigheid welke vrij is van begeerte, agressie en vooroordeel.

De eerste van de vier onmetelijkheden gaat over het verder ontwikkelen en nastreven van (liefdevolle) vriendelijkheid, de tweede over het verder ontwikkelen en nastreven van mededogen, de derde over het verder ontwikkelen en nastreven van met vreugde meeleven, en de vierde over het verder ontwikkelen en nastreven van gelijkmoedigheid. De toelichting op die eerste onmetelijkheid is te vinden bij deze beoefening. De tweede t/m vierde onmetelijkheid wordt in deze herfst elke maand toegevoegd: de 2e in oktober 2026, de 3e in november 2026, en de 4e in december 2026. In december zijn dus de vier onmetelijkheden tezamen te bekijken en te bestuderen.

De vier onmetelijkheden tezamen gaan over hoe we ons met een open hart verhouden tot onszelf en onze omgeving. In het boeddhisme wordt dat ook wel het ontwikkelen van bodhicitta of ontwaakt hart gesproken. Het doel is natuurlijk niet louter een louter boeddhistisch doel. Er zijn veel meer spirituele visies die deze menselijke kwaliteiten nastreven. De wijze waarop dat in de vier onmetelijkheden gebeurt, is wel boeddhistisch.

Deze beoefening, evenals vrijwel alle beoefeningen, ontwikkelen zich als ze ondersteund worden door de beoefening van meditatie (daarmee temmen we onze geest), door aandacht (de beoefening die ons traint om onze aandacht gericht te houden op wat we aan het doen zijn), en door gewaarzijn (zien en weten wat nodig is om te doen in de ruimte in ons en om ons heen). Soms wordt zelfs gezegd dat er een systematiek achter al die beoefeningen zit. In elk geval is die systematiek in onszelf te vinden. Zo vinden we ons geluk bijvoorbeeld niet buiten ons, of wordt ons geluk niet alleen maar bepaald door het mededogen van anderen. Daarom is het goed op een eigen wijze met deze onmetelijkheden om te gaan en ons die geleidelijk eigen te maken. Zoiets vindt natuurlijk ook in Nalandabodhi Nederland plaats tijdens het pad van beoefening en het pad van studie.

De eerste onmetelijkheid: (liefdevolle) vriendelijkheid

De eerste van de vier onmetelijkheden ‘mogen alle voelende wezens geluk en de oorsprong van geluk genieten’ staat voor (liefdevolle) vriendelijkheid. De hamvraag daarbij is natuurlijk: ’Voelen we in ons verbinding met vriendelijkheid in onze geest? Dat is niet zozeer een vraag die we als boeddhist stellen, maar iets dat we gewoon onszelf kunnen vragen als voelend en denkend wezen. Als we die vraag iets anders stellen: zijn we gewoon aardig/vriendelijk voor onszelf? Als we dat zijn, zijn we waarschijnlijk ook aardig/vriendelijk voor anderen.

In het oorspronkelijke boeddhisme wordt vaak gezegd dat we vriendelijk zijn, als we vriendelijk zijn zoals een moeder altijd vriendelijk en accepterend is voor haar kinderen. Maar in de Westerse wereld gaat het natuurlijk niet alleen over moeders, maar meer over diegenen die aardig voor ons zijn. Als we die mensen kennen – die kennen we ongetwijfeld -, hebben we in elk geval een eigen idee en eigen ervaringen over wat aardig en vriendelijk betekent. We herkennen het natuurlijk ook als we aardig zijn voor andere mensen om ons heen. Als we daarover nadenken en ons dat kunnen voorstellen is het een prima ingang om die kwaliteit verder te onderzoeken en te versterken. We hoeven dat niet meteen te doen, we kunnen in elk geval beginnen erover na te denken. Zoals Dzogchen Ponlop Rinpoche schrijft: ‘we hoeven dat niet de hele dag te doen, maar als we dat drie keer kort (één minuut) op een dag doen, zijn we op de goede weg’. Hij schrijft erbij: ‘dan kunnen we in elk geval de rest van de dag, de 23 uur en 57 minuten, onze favoriete belemmerende emoties en opvattingen inzetten’. We zijn zeker met een dergelijke vriendelijkheid op de goede weg als ons dat bevalt. Die momenten voelen als een soort innerlijke warmte, of in elk geval een aardige benadering naar onszelf of anderen. Het is natuurlijk niet zo dat we opeens naar iedereen aardig/vriendelijk zouden moeten zijn. Dat levert waarschijnlijk te veel verwachtingen en verplichtingen op. Nee, we kunnen het zo nu en dan uitproberen, en daar een redelijke vorm van geduld bij toepassen. Op die manier ontwikkelt zich geleidelijk een aardige vorm van liefdevolle vriendelijkheid, als het begin van de eerste van de vier onmetelijkheden. Als dat lukt is de kans ook groot dat anderen redelijk aardig voor ons zullen zijn.

Eén van de kenmerken van vriendelijkheid voor anderen heeft ook vaak betrekking op kwetsbaarheid die we voor anderen kunnen voelen. Als we open zijn voor anderen, worden we sneller geraakt dat wat zij doen of zeggen. Maar ondanks onze kwetsbaarheid zijn we via onze vriendelijkheid ook in staat om zachter en vriendelijker met die anderen om te gaan. Natuurlijk kunnen we ons daarvoor regelmatig beschermen. Maar het is ook goed om ons daarvoor zo nu en dan te openen. Ook kunnen we de tweede onmetelijkheid mededogen inzetten, als we de ander daarmee kunnen helpen. Maar die onmetelijkheid wordt in de volgende nieuwsbrief in Oktober besproken.

Een. beoefening rond (liefdevolle) vriendelijkheid

Het is mogelijk die intentie van (liefdevolle) vriendelijkheid al tijdens de meditatie uit te proberen. Wanneer we die beoefening doen, is het advies dat te doen in het midden van een sessie van shamatha meditatie. We doen die beoefening dan nadat we een paar minuten shamatha meditatie gedaan hebben. We eindigen deze beoefening ook met shamatha meditatie. Wanneer we er wat meer ervaring mee hebben kunnen we die beoefening overal doen. Na een paar minuten meditatie shamatha meditatie laten we onze gedachten gaan over de volgende zin: ‘moge iedereen geluk en de oorsprong van geluk genieten’ of variaties daarop. We doen daarbij de volgende stappen:

  1. Kies een ontspannen houding en doe een paar minuten shamatha meditatie
  2. Wens jezelf (!) geluk en de oorsprong van geluk, wens jezelf vriendelijkheid toe (1 minuut)
  3. Breid je wens van geluk en de oorsprong van geluk uit naar diegenen met wie je je direct verbonden voelt, zoals familieleden en vrienden, wens ze vriendelijkheid toe (1 minuut)
  4. Doe dat nu naar diegenen waar je neutraal tegenover staat. Wens hen ook geluk en de oorsprong van geluk, of vriendelijkheid, toe (1 minuut)
  5. Wens nu diegenen die je niet echt graag mag of waar je moeilijk mee hebt, geluk en de oorsprong van geluk, of vriendelijkheid, toe (1 minuut)

Deze 5e stap is het moeilijkste onderdeel van deze beoefening, maar waarschijnlijk ook de nuttigste. Thich Nhat Hahn schrijft over deze stap: ‘Zit stil. Adem en glimlach de halve glimlach. Beschouw het beeld van de persoon die bij jou het meeste lijden heeft veroorzaakt. Denk aan de trekken die je meest haat of veracht, die kwetsbaar voor je zijn, of die je het meest afstotend vindt. Probeer te ontdekken wat deze persoon gelukkig maakt en door welke dingen hij of zij lijdt in zijn of haar dagelijks leven. Laat je gedachten gaan over zijn perceptie; probeer te zien welke denkpatronen hij/zij volgt. Onderzoek wat zijn/haar hoop en daden aanstuurt. Denk uiteindelijk na over het denken van deze persoon. Bekijk of zijn/haar meningen en inzichten open en vrij zijn of niet, en of hij/zij beïnvloed is door vooroordelen, bekrompenheid, haat of boosheid. Ga na of hij/zij zichzelf in de hand heeft. Ga hier mee door tot je mededogen in je hart voelt opwellen, als een bron met fris water, en je boosheid en rancune verdwijnen. Doe deze oefening een aantal keren met dezelfde persoon in gedachten.’

  1. Beëindig de beoefening door alle bovengenoemde mensen (jezelf, vrienden, mensen waar je neutraal tegenover staat, en mensen die je niet mag) geluk en de oorsprong van geluk, of vriendelijkheid, toe te wensen (1 minuut)
  2. Reflecteer kort (30 seconden) op wat deze beoefening jou heeft opgeleverd
  3. Stop de beoefening van (liefdevolle) vriendelijkheid en doe nog een paar minuten shamatha meditatie.
  4. Probeer die ervaringen rond (liefdevolle) vriendelijkheid in je leven in te brengen

De tweede onmetelijkheid: mededogen

(deze tweede onmetelijkheid wordt in oktober 2026 geplaatst)

Explore More Posts

illusie
Algemeen

Acht vormen van illusie

Het lied ‘als een droom, als een illusie’ verwijst naar de vergankelijke en schijnbare aard van de werkelijkheid, een kernidee in het Mahayana-boeddhisme. Veel van onze overtuigingen, wensen en verwachtingen blijken illusies. Door te zien hoe alles voortdurend verandert, herkennen we de bron van ons lijden.

Read More >