De Boeddha was geen boeddhist

Door Sebo Ebbens.

De Boeddha was geen boeddhist

Als we vrij willen zijn van pijn, lijden en/of gedoe die we regelmatig over onszelf en anderen heen leggen – in andere woorden: als we gelukkig willen zijn – is het nodig dat we leren om voor onszelf te denken. Het is nodig dat we ons verantwoordelijk voor onszelf voelen, en alles kritisch onderzoeken waarvan ‘ze’ zeggen – de buitenwereld – dat het de waarheid is.
Dat is ook wat de Boeddha zelf 2500 jaar geleden deed toen hij zichzelf wilde bevrijden van zijn onvrede en zijn voortdurende twijfels over wat hij dag na dag hoorde van zijn ouders, zijn leraren, en de priesters in zijn paleis.
Hoewel hij een prins was en geboren was in een rijke en machtige familie, wilde de jonge Siddhartha (zijn naam in het Sanskriet was: Siddhartha Gautama Buddha, vandaar ook de naam Siddhartha) juist daarvan weg. Hij wilde de ruimte hebben om onafhankelijk te denken over wie hij was en waar het spirituele pad over ging. Dit vrije denken was belangrijk voor zijn zoektocht naar de innerlijke waarheid en uiteindelijk zijn realisatie van de verlichte staat van geest. In de huidige tijd volgen steeds meer mensen in het Westen dit voorbeeld van de Boeddha. Maar de vraag is dan wel waar die leringen eigenlijk over gaan? Wat houdt het boeddhisme in? Het lijkt een religie, maar is dat ook zo?

Is het Boeddhisme een religie?

Om met de laatste vraag te beginnen: er zijn vele omschrijvingen van religie. Sommige van die omschrijvingen zijn zo algemeen dat het ook de vereniging van de lokale tuinliefhebbers kan omvatten. Andere omschrijvingen zijn wat preciezer. Denk aan een religieuze club met een godheid, met respect voor die godheid, en met een verzameling geloofsbelijdenissen en beoefeningen. Er zijn ook andere omschrijvingen, bijvoorbeeld een club met alleen maar enthousiasme voor de beoefening van meditatie. Maar wat religie ook voor ieder van ons ook betekent, wanneer we met anderen over spreken, ontstaan er snel problemen. We verschillen daarover zeer van mening.
Het boeddhisme wordt vaak genoemd als we op Google naar ‘wereldreligies’ zoeken. Maar dat wil niet zeggen dat boeddhisme dan ook een religie is. We kunnen bijvoorbeeld beargumenteren dat het boeddhisme een wetenschap van de geest is – een manier om te onderzoeken hoe we denken, voelen en handelen, en die ons naar de diepere waarheden leidt van wie we zijn. We kunnen ook zeggen dat boeddhisme een ethiek is over hoe we ons leven het beste kunnen leiden – een manier van leven die ervoor zorgt dat we geluk voor onszelf en anderen maximaliseren.
Wat het boeddhisme is, ligt niet meer in de handen van de Boeddha. Zijn leringen zijn door zo enorm veel mensen gehoord in de jaren na zijn verlichting, 2.500 jaar geleden. Zijn leringen kwamen langs grote aantallen kloosters, ze waren een hulp en bron van inspiratie voor vele soorten mensen, ze werden verspreid naar mensen uit het esoterische Oosten en aan uitgesproken Westerlingen. Wat echter het belangrijkste is, is de vraag wat de Boeddha tegen zijn luisteraars wilde zeggen bij het begin van zijn lesgeven.

Spirituele zoektocht

Wat betreft de start van zijn spirituele zoektocht, Prins Siddhartha verliet zijn koninklijke thuis, en verliet daarmee ook zijn vele gemakken en privileges. Hij deed dat omdat hij vastbesloten was om antwoorden te vinden op complexe vragen van het leven. Die vragen waren: zijn we in dit leven geboren om te lijden, oud te worden, te sterven? Wat gebeurt hier – wat is de betekenis van dit alles? Na jaren van experimenteren met verschillende vormen van religieuze beoefeningen, koos hij voor een minder ascetische aanpak en liet hij veel van zijn opvattingen over zijn spirituele reis – alle overtuigingen die hem hadden gebracht naar de plek waar hij nu was – los.
Aan het eind van die reis, met alleen nog een open en nieuwsgierige geest, ontdekte hij waar hij naar aan het zoeken was. De zoektocht leidde naar de verlichte geest. Hij zag toen alle verwarring die hij onderweg was tegengekomen. Hij zag toen voorbij zijn opvattingen de diepe werkelijkheid van de eigenheid van zijn geest – een toestand van helder gewaarzijn en allerhoogst geluk. En op basis van de kennis die hij tijdens zijn reis had verworven, ontstond er ook inzicht in hoe we een betekenisvol en meedogend leven kunnen leiden. In de 45 jaar daarna gaf hij les in hoe we met onze geest om kunnen gaan: hoe we ernaar kunnen kijken, hoe we die kunnen bevrijden van alle misverstanden, en hoe we het potentieel daarvan kunnen realiseren.
Zijn lessen van toen beschrijven nog steeds de diepe persoonlijke innerlijke reis, die spiritueel is en niet religieus. De Boeddha was geen god – hij was zelfs geen boeddhist. We kunnen daarom evenveel geloof hebben in de Boeddha als in onszelf. Zijn kracht ligt in zijn lessen, die ons tonen hoe we met onze geest kunnen omgaan om uiteindelijk de volle capaciteit daarvan te realiseren ten behoeve van wakkerheid en geluk. Zijn lessen kunnen ons nog steeds helpen bij onze zoektocht naar waarheid – onze behoefte om te weten wie en wat we werkelijk zijn. Waar vinden we deze waarheid? Alhoewel we in een zekere mate kunnen vertrouwen op de wijsheid die we in boeken vinden en in de adviezen van de door ons gerespecteerde spirituele leraren, is dat slechts een begin. De reis naar de waarheid begint wanneer we een waarachtige vraag ontdekken, een vraag die van ons hart en van ons eigen leven en ervaringen komt. Zo’n vraag zal ons leiden naar een antwoord dat waarschijnlijk zal leiden naar een andere vraag, enzovoort. Dat is hoe we een spiritueel pad lopen.

Onderzoekende geest

We beginnen de reis daarom met een open, onderzoekende en sceptische geest betreffende wat we horen, lezen en zien, en wat zichzelf presenteert als ‘de waarheid’. We onderzoeken het met redeneringen en argumenten, en we checken de antwoorden tijdens onze meditaties en tijdens ons leven. En de kans is groot dat we, naarmate we meer inzicht krijgen in het werken van onze geest, we steeds beter leren hoe we in onze dagelijkse ervaringen gedachten en emoties kunnen herkennen, en steeds beter beseffen hoe we daarmee om kunnen gaan. We leren om onjuiste en ondeugdzame gewoontes in ons denken te ontdekken en beginnen ze geleidelijk te corrigeren. Uiteindelijk zijn we zelfs eventueel in staat om alle verwarring te overkomen die het ons zo mogelijk maakt om het natuurlijke en heldere gewaarzijn te zien dat in onze geest aanwezig is. In die zin zijn de leringen van de Boeddha een methode van onderzoek, een science (een wetenschap) van de geest.
Wanneer we het hebben over religie: religie geeft ons vaak, al vanaf het begin, antwoorden op grote levensvragen. Vanwege die antwoorden is het minder nodig om er zelf over na te denken. In een religie leren we meestal wat te denken en wat te geloven, en onze taak bestaat eruit om naar die visie te leven, en daar niet te veel vragen over stellen. Als we dat doen in het boeddhisme en de antwoorden van de Boeddha zien als dé antwoorden op dé vragen, en die verder niet onderzoeken, dan is ook het boeddhisme als een religie te beschouwen.

Manier van leven

In elk geval moeten we nog steeds ons leven leiden, en nagaan hoe we dat het beste kunnen doen. We kunnen ook niet ontsnappen aan ‘een vorm van levensfilosofie’, omdat we elke dag worden uitgedaagd om die ene handeling te verrichten en niet de andere – vriendelijkheid versus onverschilligheid, vrijgevigheid versus egoïsme, geduld versus iemand iets verwijten. Wanneer we onze besluiten en handelingen integreren met de kennis die we hebben ontwikkeld in het werken met onze geest, dan hebben we boeddhisme geadopteerd als een manier van leven.
Wanneer de lessen van de Boeddha ons bereiken en binnenkomen, en we daar mee omgaan, dan is de vraag wat ze voor ons betekenen. Een antwoord op die vraag is hoe we die lessen gaan gebruiken. Zo lang ze ons helpen om onze verwarring en die van anderen te verhelderen, en ons zelfvertrouwen te inspireren waarmee we de potentie van onze geest kunnen realiseren, dan doen we wat de Boeddha bedoelde.
We kunnen daarbij alle hulp gebruiken die we kunnen krijgen omdat we, hoe vreemd dat ook klinkt, vasthouden aan verwarring. We houden aan onze verwarring vast omdat het ons tegen iets beschermt. We beschermen onszelf door niet te kijken naar wie we werkelijk zijn. Het is alsof we dag en nacht een zonnebril dragen. We kiezen ervoor om ons af te schermen omdat we niet gewend zijn om de helderheid van onze geest tegemoet te treden. De leringen van de Boeddha – het maakt niet uit hoe we die noemen: een levenswijze, filosofie of ethiek – laten ons zien hoe we onze ogen kunnen openen voor de helderheid van onze geest.

Bovenstaand artikel is geschreven door Dzogchen Ponlop Rinpoche. Hij schreef dit artikel een aantal jaren geleden voor een Amerikaanse krant. Sebo Ebbens heeft het artikel vertaald en bewerkt.

Explore More Posts

illusie
Algemeen

Acht vormen van illusie

Het lied ‘als een droom, als een illusie’ verwijst naar de vergankelijke en schijnbare aard van de werkelijkheid, een kernidee in het Mahayana-boeddhisme. Veel van onze overtuigingen, wensen en verwachtingen blijken illusies. Door te zien hoe alles voortdurend verandert, herkennen we de bron van ons lijden.

Read More >